Klotsend, kotsend en toch fit

Sinds kort sport ik. En niet van dat saaie, suffe damesgedoe wat vooral het trainen van de kaakspieren is… Nee, écht sporten! Klotsend van het zweet, bijna tot kotsen aan toe, dat gevoel dat je echt niet meer kan. En dan nog even doorgaan… Ken je dat gevoel?

Tot voor kort ik dus ook niet. Maar sinds 5 lessen Crossfit inmiddels wel. En eerlijk is eerlijk, ik vind er niks aan. Dat geef ik gelijk toe. Alleen ergens, hoewel het heel diep verstopt zit, krijg ik toch een competitief gevoel. Zou ik 5 kilo meer kunnen tillen dan die andere dame? Kan ik misschien net één ronde meer voor elkaar krijgen dan die fitte twintiger?

Zo goed ken ik mijn lijf nog niet aangezien dit de eerste echte keer in mijn leven is dat ik sport. Ooit heb ik ook dat trainen van de kaakspieren gedaan. Fitness. En dan vooral heel veel kletsen met de mensen om me heen, zodat je netjes na een uur kon zeggen: “Zo, nou, het zit er weer op!”
Geen zweetdruppel te bekennen, maar toch soort een voldaan gevoel.

Nou, dan Crossfit! Geen tijd om te kletsen, zelfs niet om na te denken. In rap tempo volgen de verschillende oefeningen elkaar op. En iedere week hoor je weer termen waar ik in mijn hele (sport)leven nog nooit van gehoord heb.

Als ik na de les thuiskom, draait mijn radar weer op volle toeren. Want hoe is het mogelijk dat ik een simpele vraag stel en dat er vervolgens 5 minuten naar gezocht moet worden? Na een klusweekend had ik namelijk in mijn vinger geknipt. Ja, ik hoor je denken “uh, hoe krijg je dat voor elkaar?”.

Goed, ik dwaal af… Na mijn knip avontuur van afgelopen weekend en de blik op het bord waar voornamelijk pull ups op stonden, had ik dus dringend behoefte aan een nieuwe pleister voor de sportles.

Nadat de minuten verstreken, kwam de instructeur terug. Zonder pleister. Ai… Dat wordt dus bikkelen deze les.

Maar, een sportschool, en geen pleisters. Dat zette mij dus aan het denken. Want, stel je eens voor. Al die mensen die daar dag in, dag uit, 7 dagen per week tot het uiterste gaan. Hoe groot is de kans dat er écht iets gebeurd? En dan heb ik het niet over een bloedende vinger. Nee. Bijvoorbeeld een hartaanval? Hoe zit het dan met de veiligheid?

Wist je bijvoorbeeld dat er iedere dag 105 mensen overlijden door hart- en vaatziekten? En dat er daarvan 24 mensen jonger zijn dan 75 jaar? En dat er zelfs 730 mensen per dag worden opgenomen in het ziekenhuis met hart- en vaatziekten! Per dag! Ik schrok van die cijfers. En van het feit dat er geen AED is in mijn sportschool.

Voordat ik me volgende week weer in het zweet ga werken, draai ik de rollen eerst even om. Ik ga mijn instructeur laten zweten. Door deze cijfers met hem te delen. Het kan overal en altijd gebeuren dat iemand een hartaanval krijgt. En dan is die pleister nog steeds niet belangrijk, maar een AED en het juist gebruiken ervan is op dat moment van levensbelang!

Met de wetenschap dat er binnenkort een AED is in mijn sportschool, kan ik me de volgende keer weer met een gerust hart in het zweet werken. Ik kijk alweer uit naar volgende week maandag!